pillen

“Kan ik niet alleen praten?” vraagt Patrick, “ik wil liever geen medicijnen.”
“Waarom wil je liever geen medicijnen?” vraag ik. Ja hoor, ik vraag het gewoon.

De stemming is niet zoiets als de lichaamstemperatuur of het bloedsuikergehalte. Je kunt niet op een bepaald moment meten hoe de stemming is. Stemming is de som van een bijeengenomen hoop gevoelens over een periode van twee weken gedeeld door het aantal gevoelens, bijvoorbeeld.
 Focus daarentegen is een kwaliteit van de waarneming. Hoe je voelt zegt iets over het vermogen om te ervaren of iets waar is. Het is een eigenschap van een zintuig, het is een  eigenschap van bewustzijn, interactief.
“Je hoeft geen medicijnen te gebruiken wanneer je niet wilt.” Ik heb makkelijk praten, ik hoef niet te voelen wat hij voelt. Is het kwaadaardig van me om dat te zeggen, nadat ik gehoord heb hoe angstig en hoe diep waardeloos hij zich voelt?
Medicijnen kunnen helpen maar ze kunnen ook niet helpen. Je weet het niet. Gaat Patrick spontaan weer zich kunnen concentreren? Zal hij zomaar weer goed gaan slapen? Nee, niet zomaar maar dat hoeft ook niet en het wil niet zeggen dat hij pillen moet gebruiken.

“Ik moet het toch zelf kunnen’, zegt Patrick. Psychische ziekte is iets waar hij zich verantwoordelijk voor acht, iets dat hij had kunnen voorkomen door zich anders te gedragen, door niet teveel van zichzelf te eisen op z’n werk of door zich niet op z’n kop te laten zitten, assertief te zijn. Een therapeut probeert hem bij te brengen dat hij het allemaal zelf in de hand heeft en is zijn coach voor een maakbare wereld, voor een maakbare carrière en maakbare relaties. De schuldgevoelens worden versterkt wanneer het niet goed gaat. Dan volgt: ‘zie je wel, ik kan het niet’. Met dat ‘zie je wel’ scoort hij een schouderklopje, een beloning, dat willen we wel vaker!
Ook opvoeding is gericht op zelfstandigheid. ‘Je moet je kunnen redden als wij er niet meer zijn’, zeggen de ouders. Ze weten niet hoe verschrikkelijk bang ze hem gemaakt hebben met dat akelige idee van hun dood en hebben ook geen idee van de schuldgevoelens die ontstaan wanneer er iets niet lukt, wanneer iets niet leuk is of wanneer hij nergens zin in heeft.

“Jij hebt er voor geleerd,” zegt Patrick. Dat is waar ook, althans wel te begrijpen dat hij dat zegt. Ik mag het zeggen.
“OK, ik heb er voor geleerd en ik schrijf je medicijnen voor. Neem morgenochtend een kwart tablet, overmorgen ‘s morgens weer een kwart, de dag er na neem je een halve tablet, nog twee dagen een halve en daarna neem je elke ochtend een hele.” Langzaam ophogen om heftige reacties op het middel en bijwerkingen tegen te gaan. Niks is zo stom als wanneer door mijn onbenul Patrick morgen terugkomt, de hele nacht over de grond heeft gekropen van ellende en zegt: ‘die troep wil ik nooit meer.’
Pas wanneer Patrick zich weer kan concentreren kan hij zijn focus ook oefenen, kan hij aan de mindfulness. Over dat praten kom ik nog te spreken.

Posted in short comments | Comments closed

gevoelens

Ik verzet me tegen mensen die zeggen dat ze tegen medicijnen zijn. Ik zeg dat tegen zijn of voor, een keuze is tussen twee gedachten en dat een gedachte er weinig toe doet. Is dat mijn mening? En doet die er dus ook niet toe?

Eenmaal begonnen aan een klein boekje over gevoelens loop ik telkens tegen gedachten aan. Mijn eigen gedachten of het wel zin heeft om iets van wat ik mijn praktijk doe naar buiten te brengen bijvoorbeeld, mijn gedachten of mening over gevoelens in het bijzonder maar vooral natuurlijk tegen de gedachten van anderen, van patiënten, van vrienden.

“Gevoelens zijn waarnemingen”, zeg ik tegen Patrick, “en in die zin waar.”
“Hoe bedoel je?”
“Waarnemingen van een zintuig, van je gevoel. Je kijkt en je ziet iets. Je luistert en je hoort iets. Je voelt en je voelt iets. Ik bedoel dat wat je ziet, hoort of voelt een waarneming is.”
Patrick kijkt me niet begrijpend aan. Hij heeft een depressie en hij mist mogelijk de concentratie om naar me te luisteren en dus te horen of te begrijpen.

“De verminderde concentratie is de kern van depressie. Om te kunnen zien moet je je blik richten, scherp stellen. Zo is het ook met gevoelens”, voeg ik toe. Het is de vraag of dit nu iets verheldert. “Wanneer je je ogen sluit dan zie je niks maar je oren kun je niet goed sluiten en je gevoel al helemaal niet.” Dat was vrijwel zeker overbodig.

Toch treedt er bij ernstige depressie wel gevoelloosheid op. Anaesthesie van het gevoelsleven werd het vroeger genoemd. Het mechanisme om niet te voelen staat echter niet onder onze controle zoals onze oogleden en aan de emotie-loosheid gaat een periode van emotioneel wazig zien en staren vooraf. Dat is de periode waarin mensen het nog opbrengen om naar een psychiater te gaan. Ik praat dus met Patrick die op dit moment in emotioneel opzicht niet anders kan dan staren en zich daar hopeloos en waardeloos bij voelt. Dat zijn bij depressie uiteraard de gevoelens die lang waarneembaar blijven.

“Met medicijnen zul je weer in staat zijn om je emotionele blik te richten. Niet meer staren zoals nu, in angst, wanhoop, in zwarte toekomstloosheid. Zo gevaarlijk als het is om met je ogen te staren in de zon, zo gevaarlijk is het om met je gevoel in die emoties te staren.”
“Gaat het dan over?” vraagt Patrick. Hij volgt me dus wel.
“Ja” zeg ik, “het gaat gewoon over en dan kun je alles weer voelen, niet alleen narigheid, ook vreugde en voldoening.”
“Bij mij zal het niet werken, dat zul je zien.”
“Dat is een gedachte die bij de depressie hoort. Dat is maar een gedachte”, probeer ik te troosten, “gedachten zijn niet waar.” Wanneer Patrick nu zegt: “nee, dat is geen gedachte, dat weet ik gewoon zeker”, dan denk ik dat hij een zeer ernstige depressie heeft, met een nihilistische waan, met psychotische kenmerken dus. Dat is, evenals suïcidaliteit, een indicatie om iemand op te nemen in een ziekenhuis.

Ik denk dat gedachten er wel degelijk toe doen anders zou ik dit niet schrijven.

Ik heb dus meningsverschillen met patiënten. En dat doet er weinig toe. Behalve wanneer zij zich in de steek gelaten voelen. Dan nemen ze iets waar. Of het nu waar is of niet.

Posted in short comments | Comments closed

perversies

Inleiding
Het is al weer een tijd terug dat de perversie-club ophield te bestaan. We voelden ons verraden en het vertrouwen waarmee we over onszelf hadden verteld, ach zo schokkend was het nou ook weer niet, was zodanig geschonden dat we nooit meer in die samenstelling bij elkaar gekomen zijn.
Stoller was in paperback herdrukt, ‘Venus in bont’ was weer verkrijgbaar, in een fraaie, van goed commentaar voorziene uitgave, het boek ‘Vrouwelijke perversies’ stond op de bestsellerslijst en we verwachtten een vertaling van Binet’s ‘Le Fetichisme dans l’amour (1888). Toch bleven perversies taboe. En ze worden nog steeds verzwegen, de grap is juist dat je ze moet zoeken.

Freud wees op het theoretisch belang van de bestudering van perversies, met name van het fetisjisme dat de kern van alle perversies zou bevatten. Freud ontdekte dat wat in de neurose verdrongen wordt, in de perversie juist wordt uitgeleefd. Vandaar dat hij de neurose het negatief van de perversie noemde. Perversies zijn daarom wel verheerlijkt, vooral door de neurotici die de intense lustbeleving moesten ontberen.
Freud gaf ook een ander theoretisch belang aan, namelijk dat er met de perversie een mogelijkheid wordt geschapen om de werkelijkheid te vervalsen zonder psychotisch te worden, door de zogenaamde verticale splijting van het ‘Ich’. De latere analytici zijn hierop doorgegaan en hebben de pre-genitale herkomst benadrukt.

Na de grote veranderingen in de seksuele moraal was er een behoefte ontstaan aan duidelijke afgrenzing. We spraken niet meer van perversie maar van parafilie, of liever nog van afwijkend seksueel gedrag en de criteria zijn gedefinieerd door de DSM. Om dat soort afgrenzing gaat het natuurlijk niet. We zien relatief weinig patiënten waarvan we weten dat zij aan de ‘urges’ hebben toegegeven of die ons consulteren vanwege een ‘marked distress’ op dit gebied.
Maar hoe de seksuele moraal ook veranderd moge zijn, hoeveel toegeeflijkheid er ook wordt voorgewend ten aanzien van wat mensen met elkaar buiten de openbaarheid uitspoken, hoe er ook gesproken wordt over vloeiende overgangen in de trant van ‘we zijn allemaal een beetje pervers’ (een geenszins nieuwe gedachte), het blijft een zeer gevoelig onderwerp.
 Zelfs bij de indicatiestelling voor psychotherapie wordt er weinig geïnformeerd naar seksuele gedragingen. We weten soms dat er doktertje gespeeld werd, dat patiënten wel of niet zijn voorgelicht door hun ouders of door de straat, dat zij min of meer seksuele ervaringen hebben en dat die min of meer prettig verliepen. Wat niet weet wat niet deert, lijkt de redenering der therapeuten.
Perversies zijn moeilijk te vinden maar de boodschap is dat iedere persoonlijkheidsstoornis zoveel perverse elementen bevat dat we zonder kennis er van weinig kunnen beginnen. Het gaat om achterliggende perverse strategieën waar gewoonlijk niet zoveel aandacht is. En daar gaan we wat aan doen.

De details

Laten we beginnen met Alfred Binet (1857-1911). De grote beeldenstorm die woedde in het tijdperk van de religieuze hervorming, die niet alleen discussie en geschriften heeft voortgebracht maar oorlogen en slachtingen, bewijst, zo stelt hij, voldoende de algemeenheid en kracht van onze neiging om het heilige te verwarren met het materiële en tastbare dat het vertegenwoordigt. Het fetisjisme heeft in de liefde geen geringere positie. Zo, misschien moet je die zin nog eens lezen.
Om deze positie die het fetisjisme in ieders seksleven inneemt te onderscheiden van wat wij thans onder fetisjisme verstaan spreekt Binet van respectievelijk klein en groot fetisjisme. Binet ontwierp de associatie-theorie waarin de mogelijkheid tot seksuele bevrediging associatief gekoppeld is aan een herinnering uit de kindertijd waarin de latere fetisj een toevallige rol speelde. Hij verwijst hierbij naar Rousseau en is opvallend hoe hij diens beschrijving van associaties interpreteert en vooruitloopt op de latere theorieën over het operante conditioneren.

Pervers gedrag was in de negentiende eeuw onwettig en tartend voor de sociale orde. Tegen het einde van de eeuw waren perversies het studieobject van vele psychiaters. Wat zij vooral deden was categoriseren. Het werk van Von Krafft-Ebing en later Albert Moll en Magnus Hirschfeld moet genoemd worden al was het maar om de enorme collectie patiënten die beschreven zijn, fraai en leuk om te lezen. Er werd, evenals in de DSM strikt naar gedrag gecategoriseerd. Een paar voorbeelden. Sadisme, de verbinding van actieve gruwel- en geweldpleging met wellust, genoemd naar markies de Sade, omvatte lustmoord, lijkschennis, vrouwenmishandeling met steekwapens of met de zweep, alsmede de bezoedeling van vrouwen. Al deze handelingen, indien zij aan knapen of aan dieren werden toegebracht, werden weer in een andere categorie ondergebracht. Fetisjisme, waarbij de aantrekking uitgaat van een deel van het vrouwelijk lichaam, bijvoorbeeld de hand, moest niet verward worden met voetfetisjisme, fetisjisme voor ontbrekende lichaamsdelen, bont- of zakdoekje-fetisjisme of met de vlechtenknipperij die zich toentertijd in een bijzonder belangstelling van psychiaters mocht verheugen. Thans worden bij parafilieën slechts exhibitionisme, fetisjisme, pedofilie, seksueel masochisme, seksueel sadisme, fetisjistisch transvestitisme, voyeurisme en parafilie NAO genoemd in de DSM.
 Frotteurisme (tegen iemand aanwrijven die daar niet mee instemt, in een volle tram bijvoorbeeld) is niet langer een aparte perversie, was dat tien jaar geleden nog wel.

Freud ontdekte de ontwikkeling van de seksualiteit. Namelijk vanaf de geboorte. Freud zag perversies als fixatie aan, dan wel regressie naar fasen en zones van de pre-genitale seksuele ontwikkeling als gevolg van de wijze waarop het Oedipus-complex doorlopen was, in casu de mate van castratieangst.
Aangezien de kinderlijke seksualiteit polymorf-pervers is zijn de latere perversies veelvormig. De belangrijkste remmen die op een perverse ontwikkeling staan zijn walging, schaamte en fatsoen. Hij voegt daar aan toe dat de liefde deze overwint, reden om mijn lievelingsgevoelens geworden te zijn, die ik, wanneer ik in een therapie kans zie, aanmoedig te ervaren om te ontdekken wie je werkelijk bent. Wanneer je je schaamt is daar geen twijfel meer over.
In zijn latere werk komt Freud op de perversies terug en noemt hij vooral het fetisjisme, als prototype voor iedere perversie. Hij redeneert als volgt: de aanblik van het vrouwelijk genitaal beangstigt het jongetje dermate dat hij de afwezigheid van de fallus loochent. De fetisj is een toevallige vondst waarmee over de castratie-dreiging getriomfeerd wordt. Het prettige is dat de betekenis door anderen niet gemakkelijk wordt doorzien en dat de fetisj (en daarmee seksuele bevrediging) makkelijk bereikbaar is. Hoe meer de fetisj zowel de castratie van de vrouw loochent als bevestigt, hoe solider de constructie tegen beïnvloeding van buitenaf. De fetisjist weet dat de vrouw geen fallus heeft maar een deel van hem houdt vast aan de constructie dat ze er wel een heeft. Dit samengaan van twee werkelijkheden noemt Freud de splitsing van het ‘Ich’.

Later heeft bijv. Stoller de fantasie van de fallische vrouw uitgeroepen tot de basisfantasie van iedere perversie. Stoller stelt dat de perversie een gedramatiseerde ontkenning is van de castratie, waarbij regressie optreedt naar de periode van onzekerheid over de fallische moeder. De separatie wordt in de perversie kortdurend ongedaan gemaakt en agressieve impulsen worden geneutraliseerd.

De constitutionele factoren, die door de eerste onderzoekers zoals Binet maar ook Freud aanwezig werden verondersteld, moesten verklaren waarom de een wel en de ander niet pervers wordt na de onthutsende aanblik van het vrouwelijke genitaal. Door allerhande afweerstrategieën konden alle mogelijke perversies wel worden verklaard.
Hoewel er al lang een roep werd gehoord dat Freuds theorie van de kinderlijke seksualiteit niet voldeed, te fysicalistisch was, te weinig aandacht schonk aan Heel de Mens en zijn Dasein, in zichzelf eigenlijk een heel fetisjistische theorie was, kwam er pas in de jaren zeventig meer differentiatie in de psychoanalytische theorieën over perversies. De nadruk kwam geleidelijk meer te liggen op stoornissen in de individuatie-separatiefase, de ontwikkeling van de objectrelaties en, ook nog wel een beetje, op constitutionele zwakheid van het Ich.

Phyllis Greenacre sprak Bak tegen dat het jongetje te weinig gelegenheid zou hebben gehad om het vrouwelijk genitaal te bestuderen en aldus vast kan houden aan de infantiele theorie van de fallische moeder. De ervaring leert namelijk dat er nogal wat naakt gelopen wordt zolang de kinderen heel klein zijn en ook worden broertjes en zusjes samen in bad gedaan en dit beschermt geenszins tegen latere perversies. Zij stelt dat een werkelijk trauma in de eerste twee levensjaren een rol moet spelen. Waarom heeft de fetisjist de zichtbare, ruikbare en voelbare fetisj nodig en heeft hij aan de voorstelling van de fallische vrouw niet genoeg? De ontkenning van het werkelijke trauma kan alleen worden volgehouden wanneer er een werkelijk ding tegenover staat. Op zich niet de krachtigste redenering maar de aandacht voor psychotrauma, die in de psychiatrie al vanaf de tweede wereldoorlog bestond, deed zijn herintrede in het psychoanalytisch denken.

In Engeland droeg Masud Khan in belangrijke mate bij met zijn boek ‘Alienation in Perversions’ (1979). Enerzijds beschrijft hij de narcistische problematiek in relatie tot perversies, anderzijds vestigt hij de aandacht op de vroege moeder-kind relatie.

Wat het narcisme betreft kunnen we nu weer beter te rade gaan bij Fritz Morgenthaler. Hij beschrijft als de beste: ieder mens draagt een beeld van zichzelf met zich mee en dit beeld moet mooi en rond zijn zodat het zelfgevoel zo sterk en veerkrachtig is dat men de realiteit van het leven en de maatschappij waarin men leeft verdragen kan. Het beeld dat we van onszelf hebben opgebouwd, is het resultaat van een lange ontwikkeling die al vroeg in beslissende en hoog-specifieke banen geleid werd. Bij de fetisjist is de gele schoen (of iets dergelijks) een deel van zijn zelfbeeld. Aan het begin van het leven zijn moeder en kind een eenheid maar dat kan niet zo blijven. Er komt onvermijdelijk een verstoring en dan is de wereld niet meer volmaakt. Er ontbreekt iets, iets gapends dat angstig maakt en dat aanleiding is om dat ontbrekende te zoeken, het storende op te heffen. Daartoe dienen almachtsfantasieën en grootheidswaan. Onder druk van de realiteit worden deze fantasieën omgevormd tot een streven dat in dienst komt van onze idealen. Op deze manier proberen we het mooie ronde beeld van onszelf te creëren. Het ontstaat eigenlijk nooit. Alle mensen leiden in dit streven op een bepaald moment schipbreuk. Wanneer het tot een bewuste doelstelling wordt ontstaat ofwel de diepste schaamte of ongedifferentieerde arrogantie. Beide op den duur onverdraaglijk.

De polymorf-perverse aanleg is op een of andere manier in ons zelfbeeld opgenomen en speelt in onze maatschappij, met zijn hooggeschatte heteroseksuele ontwikkeling net zo’n belangrijke rol als bij andere seksuele differentiatie.
Omdat de kinderlijke seksualiteit polymorf-pervers is zou je ook kunnen zeggen dat het kind een directer, naïeve toegang tot het perverse heeft. Worden ze volwassener, dan wordt deze toegang steeds minder zichtbaar. Het is net zo als bij bijzonder begaafdheden. Sommige kinderen kunnen tekenen als schuilt er een Picasso in ze, met de puberteit verbleekt de begaafdheid. Zo zijn er mensen die vroeg in hun leven een perverse fascinatie ontdekken. Onder sommige (bedreigende) omstandigheden wordt deze fascinatie als een kleurrijke steen in het mozaïek van de persoonlijkheid ingebouwd. Hij past naadloos in het gapende gat dat in het zelfbeeld is ontstaan. Vervolgens verstart het onder druk van de door de maatschappij gewenste aanpassing en wordt het tot perversie. Juist de druk die achter de maatschappelijke rolopvattingen heerst, werkt de ritualisering in de hand.

Masud Khan beschrijft de analytische behandeling van een voorhuid-fetisjist. De beschadiging, het gapende gat, in de persoonlijkheid wordt geleidelijk zichtbaar. Het genot dat de patiënt ervaart wanneer hij zijn lustobjecten tot orgasme brengt wordt geleidelijk ontmaskerd als een sadistische triomf over de beschadiging die hij in zijn pogingen tot losmaking van zijn moeder, door haar heeft opgelopen. Wat er na de analyse van de patiënt overblijft is een grijze man met een groot gat in de persoonlijkheid, een nogal beklemmend slot van het verhaal. De vraag die zovele kunstenaars zich stellen: wat blijft er van me over zonder m’n neuroses (en perversies) lijkt niet ongerechtvaardigd. Is deze patiënt niet te goed behandeld? Wat is de morele keuze geweest om een dergelijke behandeling door te voeren? Wanneer na de analyse er op de plaats van het ‘Es’ steeds meer ingenomen wordt door het bewuste en sturende ‘Ich’ dan is de patiënt vooruitgegaan maar het Ich heeft een gat en de sjeu is uit het leven verdwenen. We moeten maar hopen dat er maar weinig analyses zo grondig worden doorgevoerd en dat er na afloop nog een hoop te ageren en te leren valt.

Masud Kahn legt overigens niet zozeer de nadruk op een vroeg psychotrauma maar op de houding van de moeder: zij idoliseert het kind. Moeder heeft het kind nodig zoals een tiener haar popster, namelijk altijd op dezelfde manier en zonder ruimte voor een eigen leven. Het gat dat geslagen zou worden door de eerste grote narcistische opdonder dat moeder hem niet nodig heeft zoals hij moeder nodig heeft, wordt gevuld door een permanent pogen om aan het geïdoliseerde beeld te voldoen. De perversie is de herhaling van de idolisering door moeder. Er ontstaat in de perverse handeling dus een kortdurende reparatie van het zelfbeeld met het geïdoliseerde zelf. De misvatting dat perverse mensen normaal zijn op hun perversie na is hiermee uit de wereld. Er is weinig om jaloers op te zijn. De intense lustbeleving is kort en zeer betrekkelijk wanneer men zich de inperkingen daarbuiten realiseert.
Masud Kahn beschrijft de zes kenmerken van perversie:

  • beide partijen hebben een stilzwijgende overeenkomst over ritueel en accepteren de spelkwaliteit van de ontmoeting
  • de ontmoeting is in zijn ware aard privé, geheim en iets heel speciaals
  • het betreft een reparatieve geste die wederzijds is. Dit maakt het goedaardig. De vijandigheid en sadistische exploitatie van de ander wordt tot een minimum beperkt
  • beiden voelen zich door de onderneming meer compleet
  • ondanks verklaringen van eeuwige trouw en toewijding is er een besef dat separatie en verlies onvermijdelijk zijn
  • er is een wederzijds gevoelde dankbaarheid voor het hebben toegestaan van de geheime en ondeelbare ervaring

Robert Stoller noemt perversie de erotische vorm van haat. Zijn beschrijvingen gaan telkens over van haat en wraak vervulde mensen die de in de vroege jeugd ervaren bedreiging van hun geslachtsidentiteit door middel van een ritueel in een triomf doen verkeren. De ingrediënten vijandigheid, mysterie, risico en wraak verhogen de opwinding vandaar dat aan seksualiteit altijd een moreel oordeel wordt meegegeven. Ook bij Stoller staat het fetisjisme door splitsing, ontmenselijking en idealisering model voor alle perversies. Uit zijn woordkeus blijkt een zodanige afkeuring dat hij dat het hem in het hoofdstuk over de noodzaak van perversies niet lukt dat te relativeren. Pornografie en van haat vervulde geperverteerden zijn volgens hem het bijproduct van een maatschappij waarin de opvoeding destructieve tendensen oproept en die moeten op een of andere manier gereguleerd worden. Misschien heeft hij wel gelijk. De maatschappij die het cultuurgoed commercialiseert, houdt zich door zich van morele waarden te bedienen in stand. Of het nu gaat om perversies of om drugsgebruik. Wanneer we de grenzen van walging, schaamte en fatsoen overschrijden dan lopen we de kans te worden opgepakt. William Burroughs wees ons er al op dat de machthebbers hier niet alleen aan verdienen maar op deze wijze ook controle houden over het revolutionair potentieel.

Wat er tot nog toe ontbrak is het onderscheid tussen mannen en vrouwen. Het ging eigenlijk alleen maar over mannen. De seksuologen die hun blik onwankelbaar gericht hielden op de zichtbare symptomen van perversie en ze, voorzien van een of ander etiket, in een diagnostische categorie onderbrachten, bleven het antwoord schuldig op de vraag waarom er minder dan 1% van de seksuele perversies kan worden toegeschreven aan vrouwen (voor het seksueel masochisme wordt 5% genoemd).

Louise Kaplan somt in ‘Vrouwelijk Perversies’ (1991) een aantal verklaringen die gegeven zijn op. Vrouwen zouden op de een of andere manier de mannen aansporen; vrouwen zijn moreel superieur aan mannen; er zijn evenveel vrouwen als mannen die pervers zijn. Maar ook: vrouwen doen tegen hun wil aan de perversies van de mannen mee. Kortom de dokters hebben niet goed gekeken. Er wordt ook wel beweerd dat vrouwen ruimschoots de gelegenheid krijgen om hun afwijkende seksuele verlangens af te reageren op hun kinderen en dat de hormonen de verschillen in fijngevoeligheid voor intermenselijke relaties bepaalt en dat het verschil dus door het biologische noodlot komt. Mannen moeten erecties hebben om seksueel iets te presteren, zij kunnen hun genitale angsten niet verbergen terwijl vrouwen heel bedreven zijn in het voorwenden van opwinding en orgasmes. Vrouwen hoeven geen fetisjen te hulp te roepen om zich te bewijzen. Indien de maatschappij een grotere seksuele vrijheid zou bieden zouden vrouwen net zo pervers zijn als mannen. Vrouwen hoeven geen prostituees te bezoeken om geslagen en overheerst te worden: mannen doen het met plezier thuis en voor niets.

Je merkt het al. Er wordt bij de statistieken aan iets essentieels voorbij gegaan en zo komen we er niet uit. Louise Kaplan verlaat dan ook de definitie van perversie als afwijkend seksueel gedrag en legt de nadruk op de mentale strategie waarbij stereotiep gedrag van mannelijkheid of vrouwelijkheid op zo’n manier wordt gebruikt dat de toeschouwer om de tuin wordt geleid. Wat de perversie onderscheidt is de mate van wanhoop en fixatie, er is geen andere keuze: ondergang in angsten, depressie en psychose dreigt. Vrouwen hanteren andere listen om hun demonen gunstig te stemmen. Wanneer onze aandacht beperkt blijft tot de zichtbare en duidelijke doelen dan is dat een weerspiegeling van de perverse strategie, we trappen er dan dus heerlijk in. In de stereotype opvattingen over normale vrouwelijkheid zullen we de vrouwelijke perversie ontdekken.
De infantiele fantasieën over het fallisch dan wel gecastreerd zijn worden overgeplant op de maatschappelijke normen van mannelijkheid en vrouwelijkheid. De opvoering er van zijn de groteske geslachtskarikaturen die bij mannen het etiket perversie hebben gekregen. De perverse vrouwen vermommen zich als normale vrouwelijke types: de gehoorzame vrouw, de koesterende moeder, de passieve maîtresse die zichzelf gewonnen geeft, de verwachtingsvolle ontvangster van de fallische goederen, zodat niemand ooit zal vermoeden hoe graag ze wil bezitten, werktuig zijn, domineren, penetreren, overnemen, eisen, slagen en winnen. Achter het masker van vrouwelijkheid verbergt bijna elke vrouwelijke perversie een wraakzuchtig sadisme dat doet denken aan het ‘wraaktype’ van Karl Abraham.

De typische transvestiet draagt kanten kousen en jarretels onder zijn macho uniform of driedelig pak. Wanneer hij manlijke kledingstukken draagt om seksueel beter te presteren (lees: lust te ervaren) zouden we hem een homeovestiet kunnen noemen. Een vrouw die zich kleedt als een man, kan haar mannelijkheid laten zien om haar vrouwelijke strevingen te verbergen. Wanneer zij zich stereotiep vrouwelijk kleedt kan zij een vrouwelijke homeovestiet zijn die haar manlijke strevingen tracht te verbergen. Aan de hand van beschrijvingen van kleptomanie, automutilatie en de eetstoornissen anorexia en boulimia nervosa onthult Louise Kaplan vervolgens het perverse scenario. Het anorexia meisje presenteert zichzelf aan de wereld als een seksloos kind in een karikatuur van heilige vrouwelijkheid. Achter deze karikatuur van een gehoorzaam, deugdzaam, rein en onderdanig meisje gaat een zeer uitdagende, ambitieuze, dominante, beheerste en viriele karikatuur van manlijkheid schuil. Mogelijk draagt dit bij aan de moeite doe veel psychiaters met dit ziektebeeld hebben. Het gaat niet om een onschuldig kind dat strijdt met de infantiele conflicten, het is de anorectische perverse strategie van een volwassen vrouw die strijdt om tot een vergelijk te komen met de seksualiteit en de vrouwelijke geslachtsidentiteit.
Zij triomfeert over alle pogingen haar te dwingen tot eten, pogingen die zij opvat als krenkingen van haar lichaam. De harige, manlijke, fallische aanblik van zichzelf in de spiegel vindt zij helemaal niet erg omdat zij deze kenmerken dreigde te verliezen op weg naar het volmaaktste, deugdzaamste, allerliefste meisje te zijn. Een patiënte wordt geciteerd: “terwijl ik voor de spiegel stond zag ik een lieflijke en aantrekkelijke vrouw. Mijn andere zelf, het lichaam buiten de spiegel, was een hunkerende jongen die zich opmaakte het meisje in de spiegel te verleiden. Ik had een liefdesrelatie met mezelf.”

De houding van de ouders draagt er toe bij dat de anorexia patiënte de infantiele fantasie dat er geen geslachtsverschil zou zijn kan blijven koesteren. Vader schijnt zich heel wat meer te bekommeren om zijn werk en maatschappelijke positie van om seks. Ambitieus in zijn beroep maar verbazingwekkend passief en emotioneel onbereikbaar thuis. in de klassieke gezinsstructuur doen allen hun best om zowel het geslachtsverschil als het generatieverschil  te verdonkeremanen.
Door haar optreden als hongerende artieste verwerft zij onmetelijke macht. Het publiek is van afschuw vervuld maar gefascineerd. Dit versterkt al het gevoel van omnipotentie. Zij is waakzaam, vluchtig, slaapt slechts een paar uurtjes. Ze is duizelig, ze valt flauw van verrukking in een roes, heilig, nu ze bijna verhongert en onophoudelijk in beweging is.

Iki Halberstadt-Freud publiceerde in 1991 ‘Freud, Proust, perversion and love’. Zij interpreteert de perversie als de instandhouding van wat zij noemt de symbiotische illusie: moeder wil alleen mij. De magische perverse daad houdt deze illusie levend of herstelt die en is, hoewel geen psychose of waan naar haar mening niet ver van de gekte verwijderd. De vijandigheid die zulk een nabijheid van de moeder oproept wordt geërotiseerd, de seksuele identiteit moet worden opgegeven, manlijkheid wordt taboe. De illusie is: groot, sterk en machtig te zijn en tegelijkertijd de onderworpene aan moeder. De wet van de vader (Lacan) en het incest-taboe hebben gefaald.

Samengevat gaat het volgens Halberstadt-Freud bij perversie dus om een quasi-seksualiteit die als afweer dient tegen angst, met name tegen separatie-angst van moeder. Quasi-seksualiteit die een barrière vormt tegen geestelijke ineenstorting door ongereguleerde archaïsche woede en identiteitsproblemen. Het kwetsbare gender- en zelfgevoel wordt ondersteund, angst voor vrouwen wordt verborgen achter enig heteroseksueel functioneren waarbij homoseksualiteit wordt omzeild, al wordt die wellicht toch gemakkelijker manifest. Ze zegt het niet letterlijk maar homoseksualiteit wordt door haar tot perversies gerekend.

Hoe de uiteindelijke verschijningsvorm van de perversie zal zijn, hoe de erotisering of seksualisering tot stand komt, dat wordt bepaald door wat Hans Sachs in 1923 de brekingsindex van het oedipuscomplex noemde. De historische term perversie leent zich beter dan parafilie. Wanneer seksualiteit als façade wordt gebruikt dan mist men ten enen male de clou wanneer men zich beperkt tot de uiterlijke gedragingen.
Met deze theorieën gewapend hoeft de perversie niet langer het ontoegankelijke en onbehandelbare negatief van de neurose te zijn. Halberstadt-Freud pleit voor een gedurfdere psychoanalytische aanpak die wel eens meer succes zou kunnen hebben dan de over het algemeen gedragsmatige behandeling van manlijke en vrouwelijke perversies.

Perverse strategieën komen veel vaker voor dan een statistiek over perversies of parafilieën doet vermoeden en kan onthullen. Een neurose sluit een perversie in deze zin niet uit en met name bij de z.g vroege stoornissen of persoonlijkheidsstoornissen zit het er vol mee. De geheimhouding maakt deel uit van de strategie. Het is niet voldoende dat een anorexia patiënte het door ons gestelde streefgewicht bereikt. Zonder doorwerking van de moeder-kind relatie, de seksuele verlangens, de stereotype opvatting van vrouwelijkheid en mannelijkheid  nemen we als therapeut slechts de geïllusioneerde triomf af en blijven ze met ons dik ontevreden. Wat niet weet deert wel degelijk.

Posted in articles | Comments closed

cantate 177

Ich ruf’ zu Dir, Herr Jesu Christ
Drie aria’s, voor alt, sopraan en tenor, met een koraal ervoor en een koraal tot slot.

Veel hardop vragen aan Herr Jesu Christ. Het bezorgt mij een gevoel van schaamte, dat hardop bidden. Na geef ons heden volgt een voor mijn gevoel onbescheiden lange reeks van verzoeken, om geloof en vergiffenis, succes bij sollicitaties en financiële transacties of genezing van ons Patrick.
Daar moet toch wat tegenover staan zou je zeggen. Is het wel genoeg om met pauken en trompetten Hem lof te zwaaien, Hem juichend in alle landen de hemel in te prijzen?
Door Bach ben ik het geloof ik wat beter gaan begrijpen. Vragen staat vrij en je moet gewoon doen wat je gevraagd wordt. Stel je voor als Bach gevraagd werd: wilt u een cantate schrijven voor deze zondag en hij had gezegd: nee, sorry, ik moet echt een beetje aan mezelf denken. Of: nee, ik ben moe, ik heb al honderdzesenzeventig cantates geschreven. Vreselijk die mensen die moe zijn. Bach had aan het einde van zijn leven nog energie om zich op de dood te verheugen. Bach was nooit moe. Hij zei: ja, leuk, kom op laten we dat doen.

Voor mensen als Bach is vragen niet schaamteloos. Herr Jesu Christ zegt op alle vragen in zijn ogen ook: ja hoor, dat is best. Dat leren nee te zeggen was er toen niet bij. Het gaat om de voorbeeldfunctie zoveel bereidwilligheid en hulpvaardigheid te hebben. Daar worden we betere mensen van. U begrijpt: ik zei geen nee toen ik gevraagd werd bij deze cantate een inleiding te houden. De koraalbewerking van ‘Ich ruf’ zu Dir Herr Jesu Christ’ klinkt aan het einde van de film Andrej Roebljev van Tarkovski. Bach wederom zijn tijd vooruit. Harmonieën waar Chopin trots op zou zijn. Dat zouden we vandaag ook wel eens willen horen. Ik heb gevraagd of Bernard Winsemius het voor u wil spelen. Ik heb gevraagd of we voor een keer het orgel van deze kerk mochten gebruiken. En kijk eens aan. Ze zeiden allemaal: ja leuk!
Ik vind het zelfs niet gênant meer om u nog eens te vragen vrijgevig te zijn met uw bijdrage na afloop van dit concert.

Na het orgelspel voeren wij cantate 177 voor u uit.

Posted in short comments | Comments closed

onzekerheid

Noordland-Transhumance II conferentie 10-15 mei 2009

Op een afgelegen locatie, op de glooiende hoogvlakte van de Haute Provence, midden tussen lavendelvelden, akkers met gerst, in de verte de bekende bergen, de Mont Ventoux en de Sainte Victoire, begonnen ongeveer twintig deelnemers de dag met mindfulness oefeningen, een welwillend beschouwende waarnemingstraining waarvan inmiddels met zekerheid is vastgesteld dat zij een recidief depressie helpen voorkomen. Tijdens een vijfdaagse cursus zochten zij gezamenlijk de onzekerheid.

Onzekerheid over diagnose van een patiënt, onzekerheid of het eigen kunnen als therapeut, onzekerheid over de beroepskeuze, onzekerheid over hoe om te gaan met eigen kwetsuren werden deel van het het proces dat binnen de Theorie U deel uitmaakte van het leren van de theorie zelf.
Jan Willem Louwerens, samen met Frank Berends organisator van deze tweede conferentie wil proberen de kloof tussen psychiatrie, psychologie en neurologie enerzijds en de wereld van bio-fotonen, quantum mechanica, veldtheorieën en paranormalia anderzijds, voelbaar te maken en te overbruggen.

De theorie U (C. Otto Scharmer van MIT in Massachusetts) is een methode die vanuit bevragen, inventarisatie van verschillende gezichtspunten en openstelling voor andere visies dan die van jezelf, geheel contrair aan oordelen, cynisme en angst, tot bewustwording leidt van wat je als individu, maar vooral als groep (of bedrijf) te doen staat. In tegenstelling tot het pure creëren vanuit een voorgestelde toekomst wijst deze theorie de weg naar een gezamenlijk méér weten over wat nodig is. Hierdoor is het de laatste jaren bij management (leiderschap) cursussen en veranderprocessen in bedrijven een populaire en direct toepasbare theorie is geworden.
Pas vanuit de diepte waarin niets meer zeker is kan een collectief gedragen duidelijkheid gevonden worden over wie men is en wat men werkelijk wil en over de te nemen stappen, die dan vaak snel en relatief moeiteloos volgen. De cursus volgde dit pad getrouw.

De eerste dag, maandag, werden door collega Joost Mertens en de jonge filosoof en politicoloog Haye Hazenberg inleidingen gegeven over wat bewustzijn is volgens de laatste natuurwetenschappelijke inzichten. Recent onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat het (onbewuste) brein waarneemt en beslist alvorens wij maar de tijd hebben om ons dit bewust te worden. Datgene wat wij wel bewust ervaren komt zoveel later dat het meer een reconstructie, een verhaaltje lijkt te zijn dat de ervaringen kloppend maakt dan dat het direct in verband staat met de waarneming. Met de (neuro) filosofische geschiedenis als leidraad werden we geleid langs de klassieke opvattingen over geest en lichaam (zij de geest transcendent of immanent), Descartes (cogito ergo sum) naar de thans meer ingang vindende theorie dat het bewustzijn ontstaat in de (sociale) interactie. Damasio, die het bewustzijn laat ontstaan tussen de (herinneringen of representaties van) gevoelens (waarnemingen) en die van de veranderingen die de omgeving daarop teweegbrengt, werd kort genoemd. Waar Lacan het Ik geboren laat worden uit de taal door de introductie van de Ander, zo stelt men zich het bewustzijn thans per definitie voor als groter dan individuele kennis, als een weet hebben dankzij een groter, boven individuen uitstijgend geheel. Conceptvorming ontstaat door communicatie en decentratie: het brein is noodzakelijk maar niet voldoende voor bewustzijn. De ontroerende toespraak van Jill Bolte Taylor over de waarneming met de rechter hersenhelft kan het beste door uzelf bekeken worden (zie www.ted.org).

Empirische wetenschap die de conclusie nooit meer dan het uitgangspunt kan laten zijn, kan aldus het bewustzijn nooit verklaren, omdat het de werkelijkheid niet anders in z’n geheel kan beschrijven dan in een 1:1 replicatie, die, behalve onhaalbaar, zeker ook onherhaalbaar zal zijn.

De speltheorie van Hans-Georg Gadamer (een leerling van Heidegger) in zijn boek Wahrheit und Methode (1960) en de (post-moderne) introductie van de sociale representaties laten een bewustzijn toe waarin kennis verandert met de omgeving, een bewustzijn dat altijd verdraaid is en in tegenspraak met zichzelf. Het zal duidelijk zijn dat met een dergelijk verontrustende stellingname de stem van het oordeel en die van het cynisme zich af en toe al liet horen. Moraliseren mag dus wel, moet misschien zelfs, het maken van keuzes is een vereiste en creativiteit is van steeds meer gewicht. Het werd duidelijk hoe belangrijk het is dat de politiek hier z’n consequenties uit trekt en dat een nieuw soort leiderschap nodig is dat hopelijk in het nabije toekomst uit de crisis tevoorschijn treedt.

Nadat wij ons aldus grondig in verlegenheid voelden met onze eigen vertrouwde opvattingen sloten wij de dag af met de gerechten uit de Provençaalse keuken en wijn voor wie dat hebben kon.

Dinsdag was een dag met familieopstellingen. Uitgangspunten: iedereen in het systeem heeft voldoende recht erbij te horen, wordt dit recht ontzegd dan zal het systeem de ordening herstellen, degenen die in een systeem aanwezig zijn hebben voorrang op hen die later komen en de werking van het geweten is cruciaal. Familieopstellingen worden belemmerd door mensen met ernstige persoonlijkheidsstoornissen, psychotische belevingen of concretisme. In familieopstellingen krijgen ook voorouders een stem, overledenen kunnen bijdragen aan de beeldvorming waarbij de persoon die de representant is van degene die de opstelling maakt, het laatste woord heeft. Na de opstelling wordt iedereen zorgvuldig uit zijn rol ontslagen. Troosten wordt zoveel mogelijk nagelaten (maakt zwakker), er wordt natuurlijk wel even stilgestaan bij de gevoelens.

Deelnemen aan een familieopstelling onder leiding van collega Gradus van Florestein blijkt een bijzonder krachtige ervaring. Vreemd genoeg heeft het niets van doen met toneel spelen (ook niet met psychodrama), de rol die men krijgt toebedeeld dient zich met vanzelfsprekendheid aan als de volgende toon in een melodie. Je wéét welke die is zonder die tevoren gehoord te hebben. Het is eerder alsof je een tekst leest, die je als toepasselijk ervaart en dan ten gehore brengt. Dit lezen/weten gebeurt gewoon. De deelnemers die toekijken blijven niet onberoerd en blijken in staat alles mee te leven. Het wordt niet gezegd maar terwijl ik dit schrijf begrijp ik dat de toeschouwers essentieel bijdragen aan dat ervarend weten.

De derde dag maakten wij kennis met Theorie U als zodanig, die werd toegelicht door gastheer Frank Berends, psycholoog, die met zijn echtgenote op het Franse landgoed La Blache workshops, mini sabbaticals en studiedagen organiseert. Telkens opnieuw vragen stellend, twijfel, scepsis en voor sommigen regelrechte angst toelatend, zakte de groep als geheel maar ook elke deelnemer op zijn individuele wijze af in het dalende (linker) deel van de U om onder te dompelen in een wirwar van opvattingen, emoties en ervaringen. Een enkeling ervoer al direct een creatieve vonk, hier en daar kristalliseerden geheel nieuwe visies uit en werden plannen geboren. De meesten gebruikten de lange zwerfwandeling van de middag om zichzelf en elkaar verder te bevragen, daarmee de onzekerheid verdragend en de ‘oplossing’ uitstellend.

Nadat we de eerste ervaringen hadden gehad met het ‘veld’ van kennis en bewustzijn dat groter was dan wat we van onszelf kenden bracht donderdag een confrontatie met ervaringen die doorgaans als geheel alternatief of paranormaal bestempeld worden.
Deze dag ging het vooral om het zelf ervaren van de energievelden van waaruit kennis of inspiratie is op te doen voor genezing. Joanne van Wijgerden hield de inleiding, hielp waar mogelijk en maakt ook door de boventonen van haar zang duidelijk wat zij bedoelde met energievelden.

De term ‘healing’ veronderstelt geen activiteit van de therapeut maar een gezamenlijk ontdekken van de mogelijkheden tot genezing. Een kleine oefening maakte direct voelbaar met welk gemoed je de ander tegemoet treedt. Niemand ervoer enige twijfel aan het fysiek waarneembare verschil tussen een empathische grondhouding en die van een koele en zakelijke redelijkheid. De uitwisseling die plaatsvindt is gewoon anders en het bleek voor de meesten gemakkelijk om contact te maken via de fysieke ervaringen en veranderingen die de intentionele nabijheid van de ander duidelijk waarneembaar teweegbracht.

Dat de hogere energievelden als een soort hologram in een oplossing te verwerken zijn, waarbij iedere druppel van de vloeistof het gehele hologram bevat en dat die vloeistof vervolgens in een flesje kan worden gedaan dat je helpt door zich door jou te laten kiezen uit een honderdtal andere flesjes, was verbluffend en ging voor sommigen duidelijk te ver. Desondanks was er voor alle deelnemers deze dag iets te ervaren dat het persoonlijke oversteeg, dat een betekenis in de eigen biografie verlegde en een symbolische, mystieke of religieuze klank kon hebben voor wie dat zo wilde noemen.

De slotbijeenkomst op de vrijdagochtend toonde een grote eensluidendheid van ervaringen in het doorgemaakte proces, voor de groep zowel als voor het individu. Daar waar het individu door verwarring of angst gegrepen kon zijn, trad de groep alsnog op voor een veilige bedding waarin de gevoelens mochten stromen zoals ze waren. Alle ervaringen en gebeurtenissen werden mindfull verwelkomd als een gast, zoals het door Sylvia Berends, die de mindfulness oefeningen leidde, vriendelijk werd verwoord.

Het zal niet verbazen dat veel van de deelnemende psychiaters vertelden van plan te zijn niet alleen mindfulness in hun leven en in hun dagelijks werk te integreren maar ook om meer open te staan voor wat de samenwerking van patiënt, behandelend arts en/of team meer te bieden heeft dan het behandelen van een stoornis. Zij namen zich voor het ‘meer’ toe te laten dat komt uit de inspiratie door telkens hernieuwde vraagstellingen, het concentreren op wat er NU te ervaren is, de uitwisselingen die bijdragen aan het bewustzijn dat groter is dan onszelf van waaruit we volstrekt nieuwe kennis op kunnen doen die plotseling klaarheid kan brengen over de volgende stappen.

Hoewel ik degene was die aan het begin van de week met lichte spot bekende dat deelname aan deze conferentie mij vooral een aangename manier leek om in de Provence 20 accreditatie punten te vergaren, kan ik nu rustig zeggen dat deze punten voor zeker zoveel informatieoverdracht staan als het voorjaarscongres. Het is mooi dat de NVvP dit waardeert. Dankzij het uitgereikte cursusmateriaal en studiemateriaal, de handouts van de getoonde dia’s en de zorgvuldige gezamenlijke evaluatie maar bovenal dankzij de interacties en het werk dat de deelnemers en docenten hebben verzet, kan de cursus een krachtige creatieve impuls geven en bijdragen aan ons bewustzijn.

Posted in reports | Comments closed

een mening

Het valt mij op dat wanneer mensen een mening geven (meningen worden hogelijk gewaardeerd, iedereen wordt op straat gevraagd: wat vindt u er van… en daar gaan ze al) zij gemakkelijk in conflict raken.
Is het mogelijk om te zeggen: het spijt me dat ik je gevoel gekwetst heb met het geven van mijn mening, dat was verre van de bedoeling en wanneer ik geweten had dat het je zou kwetsen zou ik het wellicht voor me gehouden hebben.
Ja maar, is dan de tegenwerping, je zou er nog steeds zo over gedacht hebben.
Ja, zeg je dan, dat is waar.
Ja maar dan ben ik toch gekwetst!
O, zit dat zo?  ik probeer bij mijn gedachten altijd er bij te denken: het is maar een gedachte, denk je dat dat jou ook zou kunnen helpen?

Het heeft een gevaar dat je gesprekspartner zich niet helemaal serieus genomen voelt, niet helemaal als een volwassene behandeld maar dat is, wanneer je je op het terrein van gevoelens begeeft, nu eenmaal zo. Gevoelens zijn kinderlijk en kunnen het beste met welwillende betrokkenheid geduld worden.

Ach, hoor mij eens! Ik bak er zelf niks van.

Posted in short comments | Comments closed

niet zo handig

Wanneer we onze vermogens proberen in te zetten om te vermijden wat niet vermeden kan worden, wanneer het belangrijk wordt dat we niet op een bepaalde manier denken of voelen en we merken dat dit toch gebeurt, raakt onze geest geobsedeerd met pogingen om deze ervaringen te elimineren.

Posted in short comments | Comments closed

eurostress blog

vanaf vandaag is de naam eurostress weer in gebruik. Nu voor een blog met verhalen, schokkende onthullingen en de details…

Posted in short comments | Comments closed